Het plangebied heeft eeuwenlang een belangrijke rol in de geschiedenis van Kampen gespeeld. Strategisch gelegen langs de Ijssel, tussen ommeland en binnenstad fungeerde het als overgang, verdediging en werkgebied.
De Bovenhaven ontwikkelde zich van strategisch bolwerk in het machtige Kampen van de Hanzetijd tot ontspannen stadsrand in de negentiende eeuw. Tot de dag van vandaag zijn ook de industriële sporen nog zichtbaar en maakt het gebied onderdeel uit van de entree tot de stad.
De geschiedenis van de locatie gaat terug naar de vroege veertiende eeuw, de gloriejaren van Kampen als belangrijk handelscentrum. Dankzij de strategische ligging aan de IJssel hief de stad al enkele eeuwen tol op alle scheepvaart. Hierdoor kon de stad uitgroeien tot regionale en internationale marktstad, met autonome stadsrechten. Om de bloeiende handelsstad te kunnen verdedigen werd de stad in de periode van 1330-1475 volledig omringd met wallen, voorzien van poorten, singels en grachten.
De vestingwerken vormden een scherpe grens en contrast tussen de dichte pakking van de stad en het ijle, onbebouwde platteland. De binnenstad manifesteerde zich hierdoor als een sterk coherent geheel. Met de uitbreiding van de stadsmuur en het optrekken van de Venepoort kwam het gebied van de Bovenhaven vanaf 1460 ook binnen deze stad te liggen.
De Venepoort moet van ver een imposant beeld zijn geweest: een zwaar versterkte binnen- en buitenpoort met een stadsgracht, prijkend tussen zes andere poorten. Het was de entree tot de stad vanuit Elburg, de Veluwe en het westen. Onder bedreiging van belegeringen werd de poort meerdere malen gemoderniseerd. In de zeventiende eeuw veranderde de situatie ingrijpend: een groot deel van de Venepoort verdween en het verdedigingswerk werd verplaatst naar het oosten. Er ontstond ruimte voor het aanleggen van de Bovenhaven.
Vanaf 1830 begon een grootschalig transformatieproces aan de rand van de stad. Al in de zestiende eeuw werden groene aarden wallen en ruime singels geïntroduceerd en daarmee ook een kunstmatig ‘landschap’, dat uitnodigde tot recreatief gebruik. Men kon een ‘wandelinghe’ maken over de wallen, met uitzicht op de stad en het omringende landschap. Deze groene gordel rondom de stad kreeg in de negentiende eeuw sterker vorm. De vervallen stadsmuur was overbodig geworden en werd vervangen door romantische singelparken en plantsoenen.
Hoewel nijverheid en handel nog steeds een grote rol speelden, kwamen wonen en ontspanning hoog op de stedelijke agenda te staan. Rondom de gehele stad kon men nu een recreatieve wandeling maken: van de plantsoenen aan de westzijde, langs de Bovenhaven naar de IJsselkade. Meanderende paden boden de passant verrassende doorzichten langs struiken, bomen en hoogteverschillen in de romantische plantsoenen en singelparken. De groene gordel ontsloot niet alleen de binnenstad, maar ook het omliggende landschap, moestuinen en lusttuinen.
In deze periode kreeg de Bovenhaven voor het eerst de functie als haven. De situatie veranderde ingrijpend door demping van de oude en de heraanleg van een nieuwe Buitenhaven. Als in 1888 een nieuwe belangrijke alternatieve toegangsweg wordt geïntroduceerd – de Bovenhavenstraat – begint er een nieuw hoofdstuk voor het gebied.
De industrialisatie gaf Kampen een nieuwe economische en sociale impuls en drukte al snel haar stempel op de Bovenhaven. Binnen de middeleeuwse grenzen van de stad was weinig ruimte. Daardoor ontstonden vanaf 1843 bij de havens aan de rand van de stad nieuwe industriegebieden. Het oudste industriegebied ligt aan de Bovenhaven. Veel bedrijven vestigden zich hier door de jaren heen en zorgden een eeuw lang voor veel dynamiek en bedrijvigheid in het gebied.
Vooral de tabaksindustrie, in het bijzonder de sigarenindustrie, kwam tot grote bloei. Er heerste destijds een grote werkloosheid in de stad, waardoor er een groot aanbod aan goedkope arbeidskrachten was. Tegelijkertijd verbeterde de infrastructuur in en rondom Kampen door de aanleg van nieuwe straten, wegen en kanalen. Handelaren maakten gunstig gebruik van deze ideale omstandigheden aan de goed verbonden Bovenhaven. In vijftig jaar tijd wist de tabaksindustrie een enorme vlucht te maken. In 1873 verdiende een derde deel van de werkende Kamper bevolking zijn brood in deze industrie.
Het succes van de tabaksfabrikant Lehmkuhl smaakte naar meer en ook andere bedrijven trokken naar de stad. De geuren van tabak vermengden zich aan de Bovenhaven met die van de ijzergieterij, zeep en verf. De Rijn en IJssel Stoomboot Maatschappij vestigde zich als eerste gebruiker aan de Bovenhaven en bepaalde enkele decennia het beeld aan de noordhelling van de haven. Een grote diversiteit aan industrieën volgden elkaar op in het gebied, geflankeerd door statige directeurswoningen. Inmiddels is de bedrijvigheid van het terrein stilgevallen, maar de sporen van het industriële verleden zijn nog tastbaar aanwezig aan de Boven Havenstraat.
Wilt u op de hoogte blijven of heeft u interesse om mee te denken? Laat uw gegevens achter. Wij houden u via de mail op de hoogte en zullen u mogelijk uitnodigen om mee te denken over de toekomstplannen. Zo werken we samen aan een mooi, nieuw stuk stad.